Citaat | Hoge Raad 20 april 2018
Onder 3.3.4 Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:652.
Uit de parlementaire geschiedenis van art. 2:114a BW (zie de citaten daaruit in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.17 en 4.24-4.26) volgt dat de in deze bepaling geregelde bevoegdheid beoogt bij te dragen aan de uitoefening van de eigen wettelijke bevoegdheden van de algemene vergadering en aan verbetering van het functioneren van de algemene vergadering als orgaan waaraan het bestuur en de raad van commissarissen verantwoording afleggen over het gevoerde beleid. Tevens volgt daaruit dat een onderwerp waarvan de behandeling is verzocht, een onderwerp kan zijn waarvoor aan de algemene vergadering geen wettelijke of statutaire bevoegdheid tot besluitvorming toekomt. Een verzoek op grond van art. 2:114a BW kan slechts in uitzonderlijke gevallen worden geweigerd. Een grondslag voor zo’n weigering kan gelegen zijn in art. 2:8 lid 2 BW of art. 3:13 lid 1 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a923b1ee2af2fec0cc29d0537096ac9c1d259081ce8a439ced2b882a05c8b666. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a923b1ee2af2fec0cc29d0537096ac9c1d259081ce8a439ced2b882a05c8b666, en de alinea staat in dat document op bytes 19892 tot 20795.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a923b1ee2af2fec0cc29d0537096ac9c1d259081ce8a439ced2b882a05c8b666 | shasum -a 256