Citaat | Hoge Raad 24 april 2018
Onder 2.2.2. Hoge Raad 24 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:662.
Ik zag de jongen 1 ongeveer 3 a 4 meter voor mij staan. De jongen 1 stond naast mijn auto, die geparkeerd stond in het parkeervak voor mijn deur. (...) Ik hoorde een zagend/vijlend geluid bij de buren van nr. 2 vandaan komen. Terwijl ik dit hoorde had ik constant zicht op de jongen 1 die naast mijn auto stond en richting de woning van [a-straat] 2 keek. Toen ik iets metaals op de grond hoorde vallen, zag ik dat de jongen hierop reageerde en richting de buren van [a-straat] 2 liep. (...) Ik hoorde één flinke dreun of bonk. Daarna hoorde ik de scooter komen aanrijden. Ik hoorde dat de scooter stopte ter hoogte van de [a-straat] 2. (...) Ik dacht dat de jongens op de scooter gingen zitten en wegreden. (...) Ik denk dat zij 50 meter weg waren, toen ik de politiehelikopter hoorde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6fe7ac28082fd4e9cf54b18fef95a07d697a9822b2a4baf0a308726a6999d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6fe7ac28082fd4e9cf54b18fef95a07d697a9822b2a4baf0a308726a6999d67, en de alinea staat in dat document op bytes 12142 tot 12943.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6fe7ac28082fd4e9cf54b18fef95a07d697a9822b2a4baf0a308726a6999d67 | shasum -a 256