Citaat | Hoge Raad 24 april 2018

Onder 2.2.2. Hoge Raad 24 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:662.

Nadat wij de inbraakmelding doorkregen van de meldkamer op het adres [a-straat] 2 te Almere zijn wij direct die kant opgevlogen en waarbij wij als eerste ter plaatse waren. Aanvliegend naar de woning zagen wij op de warmtebeeldcamera van de politiehelikopter een scooter uit de richting van de [a-straat] komen rijden. Op deze scooter zat een drietal personen. (...) De scooter hield vervolgens stil onder overkapping in de Boonestaakstraat. Wij zagen vervolgens dat er een persoon wegliep naar een woning op de hoek van de [b-straat]. (...) Hierbij hebben wij continue zicht gehouden op de personen onder de overkapping en de persoon die naar de woning liep. (...) Vervolgens kwam er een collega met een hond richting de overkapping lopen en renden de drie personen weg. De derde persoon zagen wij de eerder bezochte tuin, aan de [b-straat], in lopen en de woning binnen gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6fe7ac28082fd4e9cf54b18fef95a07d697a9822b2a4baf0a308726a6999d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6fe7ac28082fd4e9cf54b18fef95a07d697a9822b2a4baf0a308726a6999d67, en de alinea staat in dat document op bytes 13568 tot 14458.