Citaat | Hoge Raad 24 april 2018
Onder 2.2.2. Hoge Raad 24 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:662.
De dag van de inbraak - als u mij zegt dat dat zaterdag 5 oktober 2013 is kan dat kloppen - zag ik omstreeks 02:45 uur mijn buurjongen buiten. Ik weet dat er die nacht een aantal aanhoudingen is geweest. Drie jongens stonden onder een overkapping aan de Boonestaakstraat. Dit was omstreeks 03:30 a 03:45 uur. Toen de politie kwam renden er drie jongens onder de overkapping vandaan. Ik zag dat één van de jongens via de tuin van de [b-straat 1] de woning inrende. Dit is de tuin van de woning van mijn buurjongen. Ik herkende hem direct. Mijn buurjongen woont op de [b-straat 1] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6fe7ac28082fd4e9cf54b18fef95a07d697a9822b2a4baf0a308726a6999d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6fe7ac28082fd4e9cf54b18fef95a07d697a9822b2a4baf0a308726a6999d67, en de alinea staat in dat document op bytes 15556 tot 16151.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6fe7ac28082fd4e9cf54b18fef95a07d697a9822b2a4baf0a308726a6999d67 | shasum -a 256