Citaat | Hoge Raad 24 april 2018
Onder 3.2. Hoge Raad 24 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:666.
Bij de beoordeling van het middel dient te worden vooropgesteld dat aan het gebruik van een proces-verbaal, houdende de verklaring van een onder codenummer bekend zijnde verbalisant, die naderhand door de Rechter-Commissaris op de voet van art. 190, derde lid, Sv is gehoord, dezelfde eisen dienen te worden gesteld als aan het gebruik van verklaringen van beperkt anoniem verhoorde getuigen. Uit de ingevolge art. 360, eerste lid, Sv vereiste motivering van het gebruik van een aldus afgelegde verklaring dient allereerst de reden voor de beperkte anonimiteit te blijken. Voorts moet uit die motivering blijken dat de beperkte anonimiteit geen afbreuk heeft gedaan aan het ondervragingsrecht van de verdediging (vgl. HR 23 september 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0799 en HR 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:230).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28195ec74d20e37d605a2d1f0378c4213a31155b457867a8f5a4171466dce8ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28195ec74d20e37d605a2d1f0378c4213a31155b457867a8f5a4171466dce8ec, en de alinea staat in dat document op bytes 27600 tot 28420.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/28195ec74d20e37d605a2d1f0378c4213a31155b457867a8f5a4171466dce8ec | shasum -a 256