Citaat | Hoge Raad 4 mei 2018
Onder 3.4.2. Hoge Raad 4 mei 2018
Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:672.
ii) Een redelijke, met de hiervoor in 3.4.1 omschreven strekking van artikel 8:42, lid 1, Awb strokende, uitleg van die bepaling brengt mee dat de daarin opgenomen verplichting tot overlegging van stukken zich ook uitstrekt tot stukken die pas in de loop van het beroep of hoger beroep ter beschikking van de inspecteur zijn gekomen. Indien dergelijke stukken ter beschikking van de inspecteur komen na afloop van de in artikel 8:42 Awb bedoelde termijn, dient hij deze alsnog onverwijld aan de rechter toe te zenden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ab65005dcd07f0e770d5a390e43e7546c424b8aebe9a1751ed840021561aef8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ab65005dcd07f0e770d5a390e43e7546c424b8aebe9a1751ed840021561aef8, en de alinea staat in dat document op bytes 12846 tot 13378.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ab65005dcd07f0e770d5a390e43e7546c424b8aebe9a1751ed840021561aef8 | shasum -a 256