Citaat | Hoge Raad 4 mei 2018

Onder 3.4.2. Hoge Raad 4 mei 2018

Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:672.

v) Ook ten aanzien van hetgeen hiervoor onder i tot en met iv is overwogen geldt hetgeen is neergelegd in overweging 2.3.2 van het arrest van de Hoge Raad van 10april 2015, nr. 14/01189, ECLI:NL:HR:2015:874, BNB 2015/129: indien de inspecteur verzuimt te voldoen aan de verplichting om op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen is het op grond van artikel 8:31 Awb aan de rechter om daaruit de gevolgtrekkingen te maken die hem geraden voorkomen. Dit voorschrift staat toe dat de rechter onder omstandigheden de gevolgtrekking maakt dat voorbijgegaan moet worden aan dit verzuim. Beslist de rechter niet aanstonds aan het verzuim voorbij te gaan, dan mag hij over de toepassing van artikel 8:31 Awb niet beslissen alvorens partijen in de gelegenheid te hebben gesteld zich daarover uit te laten

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ab65005dcd07f0e770d5a390e43e7546c424b8aebe9a1751ed840021561aef8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ab65005dcd07f0e770d5a390e43e7546c424b8aebe9a1751ed840021561aef8, en de alinea staat in dat document op bytes 14462 tot 15282.