Citaat | Hoge Raad 4 mei 2018

Onder 3.4.3. Hoge Raad 4 mei 2018

Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:672.

Gelet op de hiervoor in 3.4.1 omschreven strekking van artikel 8:42, lid 1, Awb is de in die bepaling neergelegde verplichting om de voor de beoordeling van de zaak van belang zijnde gegevens over te leggen niet beperkt tot op papier vastgelegde gegevens. Die verplichting ziet ook op in elektronische vorm vastgelegde, op de zaak betrekking hebbende gegevens, waaronder begrepen grafische weergaven en afbeeldingen, die – op papier of in andere vorm – leesbaar of anderszins waarneembaar kunnen worden gemaakt (vgl. HR 20 december 2013, nr. 12/02985, ECLI:NL:HR:2013:1776, BNB 2014/58, en HR 14 juni 2016, nr. 14/02293, ECLI:NL:HR:2016:1174, NJ 2016/284, alsmede CBb 13 juli 2011, nr. AWB 10/960, ECLI:NL:CBB:2011:BR1384). Deze in elektronische vorm vastgelegde gegevens moeten worden gerekend tot de stukken in de zin van artikel 8:42, lid 1, Awb. Tot die stukken behoren daarentegen in beginsel niet softwareprogramma’s en andere elektronische systemen voor gegevensopslag, -bewerking, –verwerking of -beheer, aangezien dergelijke programma’s en systemen als zodanig geen op een zaak betrekking hebbende gegevens plegen te bevatten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ab65005dcd07f0e770d5a390e43e7546c424b8aebe9a1751ed840021561aef8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ab65005dcd07f0e770d5a390e43e7546c424b8aebe9a1751ed840021561aef8, en de alinea staat in dat document op bytes 15378 tot 16537.