Citaat | Hoge Raad 4 mei 2018
Onder 3.1 Hoge Raad 4 mei 2018
Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:677.
(ii) De onpersoonlijke geschriftenbescherming berustte op art. 10 lid 1, aanhef en onder 1ᵒ, Auteurswet (Aw), dat tot 1 januari 2015 bepaalde dat onder werken van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van die wet onder meer zijn te verstaan “boeken, brochures, nieuwsbladen, tijdschriften en alle andere geschriften”. Uit de woorden ‘alle andere geschriften’ is in de Nederlandse rechtspraak de onpersoonlijke geschriftenbescherming afgeleid, dat wil zeggen dat geschriften zonder oorspronkelijk karakter of persoonlijk stempel van de maker (zoals dienstregelingen, bijsluiters en programmagegevens) op grond van de Auteurswet bescherming genieten tegen ontlening door ‘eenvoudige herhaling’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/50fa09ed00e8907b70bc8892ef43dbec85b76729ec83185fbc93d1f7bdd1d659. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 50fa09ed00e8907b70bc8892ef43dbec85b76729ec83185fbc93d1f7bdd1d659, en de alinea staat in dat document op bytes 8586 tot 9310.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/50fa09ed00e8907b70bc8892ef43dbec85b76729ec83185fbc93d1f7bdd1d659 | shasum -a 256