Citaat | Hoge Raad 4 mei 2018

Onder 3.1 Hoge Raad 4 mei 2018

Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:678.

1. Indien het werk zo ver van de woning van de werknemer gelegen is dat dagelijks huiswaarts keren van de werknemer onredelijk zou zijn, zal zijn voeding, behoorlijke huisvesting en een vergoeding voor de verdere noodzakelijke verblijfkosten tijdens de daardoor ontstane afwezigheid van huis voor rekening komen van de werkgever, tenzij de werkgever een naar behoorlijke maatstaven uitgeruste verblijfsgelegenheid ter beschikking stelt en ter tegemoetkoming in de kosten voor voeding een toelage van € 6,65 per dag verstrekt. Het recht op vergoeding voor de verdere noodzakelijke verblijfkosten komt te vervallen als de zaken waarop deze kosten betrekking hebben in natura worden verstrekt. (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db0eb0d77dd33b66a72874ef96f3ec0725a56a84fdd8556881f531ddf1db24b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db0eb0d77dd33b66a72874ef96f3ec0725a56a84fdd8556881f531ddf1db24b5, en de alinea staat in dat document op bytes 9948 tot 10662.