Citaat | Hoge Raad 4 mei 2018
Onder 3.2.3 Hoge Raad 4 mei 2018
Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:678.
Arbeidsmigranten die (al dan niet tijdelijk) in Nederland wonen om er te werken hebben – wellicht naast een woning in hun land van herkomst – een woning in Nederland. Vanuit die woning verrichten zij hun arbeid in Nederland. De bepaling van art. 55 lid 1 CAO laat geen andere uitleg toe dan dat met woning in de zin van dat artikel wordt bedoeld de woning waarin zij ten tijde van het verrichten van hun arbeid wonen, te weten de woning in Nederland en niet de eventuele woning in het land van herkomst. Het is evident dat de bepaling betrekking heeft op (Nederlandse en buitenlandse) werknemers die op verzoek van hun werkgever arbeid verrichten ver van hun woning (in het geval van een arbeidsmigrant ver van zijn Nederlandse woning) en daardoor onredelijk lange reistijden kunnen hebben en in zoverre bescherming behoeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db0eb0d77dd33b66a72874ef96f3ec0725a56a84fdd8556881f531ddf1db24b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db0eb0d77dd33b66a72874ef96f3ec0725a56a84fdd8556881f531ddf1db24b5, en de alinea staat in dat document op bytes 13392 tot 14235.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db0eb0d77dd33b66a72874ef96f3ec0725a56a84fdd8556881f531ddf1db24b5 | shasum -a 256