Citaat | Hoge Raad 4 mei 2018
Onder 4.12. Hoge Raad 4 mei 2018
Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:696.
Voorts doet [verzoeker] c.s. een beroep op verjaring. Het Land stelt ten onrechte dat daaraan in de weg staat artikel 3:106a BW (‘Ten behoeve van een bezitter die wist of behoorde te weten dat een onroerende zaak of een recht waaraan deze is onderworpen toebehoort aan de overheid, is met betrekking tot die zaak of dat recht jegens de overheid verjaring uitgesloten’). Deze bepaling is pas in werking getreden op 1 april 2014, zonder terugwerkende kracht. Gelet op artikel 3 lid 1 aanhef en onder a van de Landsverordening overgangsrecht nieuw Burgerlijk Wetboek (‘Wanneer de wet van toepassing wordt, heeft dat niet tot gevolg dat alsdan: a. iemand een vermogensrecht verliest dat hij onder het tevoren geldende recht had verkregen’) heeft artikel 3:106a BW slechts betekenis voor de toekomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8055306db0e0eb9709c42b084edbcfd2c9a5fe11afbbc3e096b4a7541815bd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8055306db0e0eb9709c42b084edbcfd2c9a5fe11afbbc3e096b4a7541815bd6, en de alinea staat in dat document op bytes 14171 tot 14987.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8055306db0e0eb9709c42b084edbcfd2c9a5fe11afbbc3e096b4a7541815bd6 | shasum -a 256