Citaat | Hoge Raad 4 mei 2018

Onder 3.3.3 Hoge Raad 4 mei 2018

Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:696.

Voor het intreden van het door art. 5:24 BWSM in het leven geroepen rechtsgevolg dat de onroerende zaak toebehoort aan het Land, is niet voldoende dat onbekend is wie de eigenaar ervan is, maar is vereist dat de onroerende zaak geen (andere) eigenaar heeft. Hetzelfde moet worden aangenomen voor de voorafgaand aan art. 5:24 BWSM geldende bepalingen art. 5:24 BWNA en art. 572 (oud) BWNA. Indien het Land zich erop beroept eigenaar van een stuk grond te zijn omdat die grond geen andere eigenaar had, rusten stelplicht en bewijslast daarvan op het Land.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8055306db0e0eb9709c42b084edbcfd2c9a5fe11afbbc3e096b4a7541815bd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8055306db0e0eb9709c42b084edbcfd2c9a5fe11afbbc3e096b4a7541815bd6, en de alinea staat in dat document op bytes 21633 tot 22199.