Citaat | Hoge Raad 5 januari 2018
Onder 3.8.2 Hoge Raad 5 januari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:7.
Het onderdeel faalt. Ingevolge art. 2 Ow zijn de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering slechts op het onteigeningsgeding van toepassing voor zover daarvan in de Onteigeningswet niet is afgeweken. Daargelaten dat art. 196 Rv in verbinding met art. 199 Rv geen grondslag biedt voor het toekennen van een voorschot als in het onderdeel bedoeld, kent de Onteigeningswet een eigen regeling voor de toekenning van een voorschot. In de art. 54i en 54k Ow is immers nauwkeurig bepaald welk voorschot de rechter kan toekennen. Daartoe behoort niet een voorschot voor de kosten van juridische en andere bijstand. Daaraan doet niet af dat dergelijke kosten ingevolge art. 50 lid 4 Ow behoren tot de proceskosten waarvoor de rechter in de einduitspraak een vergoeding kan toekennen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aaf5cc2c774d29775539b3aa519ff229b2c97439236d33ac3f55de3056ff75a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aaf5cc2c774d29775539b3aa519ff229b2c97439236d33ac3f55de3056ff75a9, en de alinea staat in dat document op bytes 47246 tot 48051.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aaf5cc2c774d29775539b3aa519ff229b2c97439236d33ac3f55de3056ff75a9 | shasum -a 256