Citaat | Hoge Raad 5 januari 2018
Onder 3.5.4 Hoge Raad 5 januari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:7.
Voor zover [eiser] zich erover beklaagt dat in de procedure bij de Kroon het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden aangezien hij niet heeft kunnen reageren op een memo van de Staat van 13 juli 2014 dat na de hoorzitting aan de Kroon is toegezonden, noodzaakte ook deze klacht de rechtbank niet tot het oordeel dat het Koninklijk Besluit onrechtmatig is. Art. 78 lid 4 Ow strekt ertoe degene die bezwaren (‘zienswijzen’) tegen het ontwerpbesluit naar voren heeft gebracht, de gelegenheid te bieden die bezwaren mondeling toe te lichten alvorens een definitief besluit wordt genomen. Het beginsel van hoor en wederhoor speelt pas een rol in een tegen dat besluit gerichte procedure. De bestuurlijke onteigeningsprocedure is immers niet een gerechtelijke procedure waarop art. 6 EVRM van toepassing is. Dit brengt mee dat niet reeds aan toewijzing van de onteigeningsvordering in de weg staat dat in de bestuurlijke procedure het beginsel van hoor en wederhoor niet of niet correct is toegepast. (Vgl. HR 5 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8098, NJ 2013/215, rov. 3.3.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aaf5cc2c774d29775539b3aa519ff229b2c97439236d33ac3f55de3056ff75a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aaf5cc2c774d29775539b3aa519ff229b2c97439236d33ac3f55de3056ff75a9, en de alinea staat in dat document op bytes 33258 tot 34346.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aaf5cc2c774d29775539b3aa519ff229b2c97439236d33ac3f55de3056ff75a9 | shasum -a 256