Citaat | Hoge Raad 5 januari 2018

Onder 3.5.6 Hoge Raad 5 januari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:7.

De klacht van onderdeel 5.1.1 is op zichzelf gegrond. De rechter dient in het kader van de rechtmatigheidstoets immers onder meer te beoordelen of aan de wettelijke eisen is voldaan (zie hiervoor in 3.4.4). Dat vergt niet een marginale toetsing van het oordeel van het bestuursorgaan (in dit geval de Kroon), maar een eigen oordeel. De klacht kan evenwel niet tot cassatie leiden, nu [eiser] eisen aan het ontwerpbesluit en de terinzagelegging daarvan stelt die niet uit de wet voortvloeien. Ingevolge art. 3:11 Awb dient het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage te worden gelegd, waarna belanghebbenden hun zienswijze over het ontwerp naar voren kunnen brengen. In het ontwerp van het te nemen besluit behoeft nog niet te worden ingegaan op reeds bekende zienswijzen van belanghebbenden. Voorts bepaalt art. 78 lid 2 Ow in verbinding met art. 79 Ow welke stukken in geval van onteigening nodig zijn voor de beoordeling van het ontwerp. Daartoe behoren niet de reeds bekende bezwaren van belanghebbenden tegen de voorgenomen onteigening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aaf5cc2c774d29775539b3aa519ff229b2c97439236d33ac3f55de3056ff75a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aaf5cc2c774d29775539b3aa519ff229b2c97439236d33ac3f55de3056ff75a9, en de alinea staat in dat document op bytes 35187 tot 36355.