Citaat | Hoge Raad 15 mei 2018

Onder 2.2.2. Hoge Raad 15 mei 2018

Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:704.

Op 22 september 2014 heeft de kinderrechter in de familiekamer in de rechtbank Midden-Nederland te Lelystad beslist dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige (het hof begrijpt: [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 2010) bij de vrouw (het hof begrijpt: de vrouw van de verdachte) zal zijn. Daarnaast heeft de kinderrechter een voorlopige zorgregeling vastgesteld, inhoudende dat de verdachte zijn zoon één weekend per veertien dagen verzorgt. In de beschikking van de kinderrechter van 22 september 2014 waarin deze beslissingen zijn vastgelegd zijn deze beslissingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bc80a2f62d36d562238b75be4caadd9fc5d7876fb715cabb8295ece5eb8d1ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bc80a2f62d36d562238b75be4caadd9fc5d7876fb715cabb8295ece5eb8d1ed, en de alinea staat in dat document op bytes 7312 tot 7941.