Citaat | Hoge Raad 29 mei 2018
Onder 5.3.3. Hoge Raad 29 mei 2018
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:718.
In zijn arrest van 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9049, NJ 2003/552 heeft de Hoge Raad voorts overwogen dat wat betreft de vraag of sprake is van bewuste aanvaarding van zo een kans heeft te gelden dat uit de enkele omstandigheid dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, niet zonder meer kan volgen dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg ook bewust heeft aanvaard, omdat ook sprake kan zijn van bewuste schuld. Van degene die weet heeft van de aanmerkelijke kans op het gevolg, maar die naar het oordeel van de rechter ervan is uitgegaan dat het gevolg niet zal intreden, kan wel worden gezegd dat hij met (grove) onachtzaamheid heeft gehandeld maar niet dat zijn opzet in voorwaardelijke vorm op dat gevolg gericht is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaf8c03031f30093fed4ffe67d3b3bef77ad0f59ee0e80daa535aa9361d10c5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaf8c03031f30093fed4ffe67d3b3bef77ad0f59ee0e80daa535aa9361d10c5e, en de alinea staat in dat document op bytes 37497 tot 38293.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eaf8c03031f30093fed4ffe67d3b3bef77ad0f59ee0e80daa535aa9361d10c5e | shasum -a 256