Citaat | Hoge Raad 18 mei 2018

Onder 3.6.3 Hoge Raad 18 mei 2018

Een alinea uit Hoge Raad 18 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:720.

Voor zover het hof het bestreden oordeel heeft gebaseerd op deze overweging – voor welke veronderstelling gelet op de voorlaatste alinea, tweede volzin, van rov. 3.12 grond bestaat –, verdient het volgende opmerking. Deze overweging dient te worden begrepen in het licht van het geval dat in dat arrest aan de orde was. De prejudiciële vraag stelde aan de orde of een wettelijke regeling die abnormaal lage inschrijvingen uitsloot, in strijd was met het Unierecht. De verwijzende rechter had overwogen dat ‘niet kan worden uitgesloten’ dat de desbetreffende opdracht een duidelijk grensoverschrijdend belang vertoonde, en hij had daarbij onvoldoende doen blijken dat beantwoording van de prejudiciële vraag van belang was voor het te beslechten geschil (arrest Tecnoedi, punt 22 slotzin, punt 23 en punt 26). De door het hof aangehaalde overweging van het HvJEU is gericht tot de verwijzende rechter en heeft geen betrekking op de stelplicht van partijen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45ab751770d857cba8629d85233032955c7326f7e34c5cb432abda42000de703. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45ab751770d857cba8629d85233032955c7326f7e34c5cb432abda42000de703, en de alinea staat in dat document op bytes 28252 tot 29243.