Citaat | Hoge Raad 18 mei 2018

Onder 3.3.2 Hoge Raad 18 mei 2018

Een alinea uit Hoge Raad 18 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:721.

Ingevolge art. 1019h Rv wordt in procedures betreffende de handhaving van rechten van intellectuele eigendom als genoemd in art. 1019 Rv, de in het ongelijk gestelde partij desgevorderd veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. In de titel waarvan deze bepalingen deel uitmaken is de Handhavingsrichtlijn geïmplementeerd (Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten). Art. 1019h Rv vormt de implementatie van art. 14 Handhavingsrichtlijn en moet dus in overeenstemming met die richtlijn worden uitgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbe204f16e90cbd5aa1044c6403832848aa7c8004216c7e17b8d368acb032b6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbe204f16e90cbd5aa1044c6403832848aa7c8004216c7e17b8d368acb032b6d, en de alinea staat in dat document op bytes 11350 tot 12088.