Citaat | Hoge Raad 18 mei 2018
Onder 3.3.7 Hoge Raad 18 mei 2018
Een alinea uit Hoge Raad 18 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:721.
Tussen partijen staat vast dat de werkzaamheden die na het verstrijken van de appeltermijn zijn verricht, uitsluitend betrekking hebben op de vraag of de overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkheid diende te leiden. Een dergelijke kwestie – waarover de appelrechter ambtshalve heeft te oordelen – is van zuiver processuele aard; het materiële geschil is op geen enkele wijze van invloed op de beoordeling daarvan. Dit kan een argument opleveren om deze werkzaamheden niet onder de werkingssfeer van art. 14 Handhavingsrichtlijn en art. 1019h Rv te laten vallen. Dat geldt zowel indien de appelrechter niet-ontvankelijkheid van appellant in het hoger beroep uitspreekt als indien hij tot het oordeel komt dat appellant in het hoger beroep wel ontvankelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbe204f16e90cbd5aa1044c6403832848aa7c8004216c7e17b8d368acb032b6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbe204f16e90cbd5aa1044c6403832848aa7c8004216c7e17b8d368acb032b6d, en de alinea staat in dat document op bytes 18447 tot 19250.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbe204f16e90cbd5aa1044c6403832848aa7c8004216c7e17b8d368acb032b6d | shasum -a 256