Citaat | Hoge Raad 18 mei 2018
Onder 3.3.10 Hoge Raad 18 mei 2018
Een alinea uit Hoge Raad 18 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:721.
Bij het bepalen van een vergoeding als bedoeld in art. 14 Handhavingsrichtlijn dient rekening te worden gehouden met alle specifieke kenmerken van het geval (punt 23). Deze bepaling verplicht de lidstaten enkel te verzekeren dat de “redelijke” proceskosten worden vergoed. Bovendien bepaalt art. 3 lid 1 Handhavingsrichtlijn onder meer dat de door de lidstaten vastgestelde procedures niet onnodig kostbaar mogen zijn (punt 24). In dit verband kan een nationale regeling die beoogt vergoeding tegen te gaan van kosten die buitensporig zijn wegens ongewoon hoge honoraria die de in het gelijk gestelde partij en haar advocaat waren overeengekomen, of wegens diensten van de advocaat die niet noodzakelijk worden geacht voor het waarborgen van de eerbiediging van het betrokken intellectuele-eigendomsrecht, gerechtvaardigd zijn (punt 25). Het evenredigheidsvereiste impliceert dat de verliezende partij niet noodzakelijkerwijze alle kosten van de andere partij moet vergoeden, maar vergt wel dat de in het gelijk gestelde partij recht heeft op vergoeding van minstens een significant en passend deel van de redelijke kosten die zij daadwerkelijk heeft gemaakt (punt 29).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbe204f16e90cbd5aa1044c6403832848aa7c8004216c7e17b8d368acb032b6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbe204f16e90cbd5aa1044c6403832848aa7c8004216c7e17b8d368acb032b6d, en de alinea staat in dat document op bytes 21945 tot 23184.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbe204f16e90cbd5aa1044c6403832848aa7c8004216c7e17b8d368acb032b6d | shasum -a 256