Citaat | Hoge Raad 18 mei 2018
Onder 3.5.2 Hoge Raad 18 mei 2018
Een alinea uit Hoge Raad 18 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:725.
Bij de beoordeling van deze klacht geldt als uitgangspunt dat de ondernemingsraad zijn bezwaren, eventuele gebreken in de adviesaanvraag en eventuele nadere vragen volledig in zijn advies tot uitdrukking moet brengen. De ondernemer kan bij zijn besluitvorming immers geen rekening houden met bezwaren waarvan hij niet op de hoogte is. Evenmin behoeft hij daarbij rekening te houden met bezwaren die in een eerder stadium naar voren zijn gebracht, maar in het advies niet zijn gehandhaafd. Hieruit volgt dat de ondernemingsraad in beginsel slechts beroep kan instellen tegen het besluit van de ondernemer op grond van bezwaren die in zijn advies zijn opgenomen. Bezwaren die de ondernemingsraad in de beroepsprocedure bij de ondernemingskamer naar voren brengt en die niet uit het advies blijken, dienen buiten beschouwing te worden gelaten. Daarop bestaat uitzondering als de bezwaren voortvloeien uit feiten en omstandigheden die de ondernemingsraad bij het uitbrengen van zijn advies niet kende of behoefde te kennen, of als wezenlijke gebreken kleven aan de adviesaanvraag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3e6fe1ef87c38c74f3f0e698db742bb6f9214f145bbf551a537d6d78ef3bc46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3e6fe1ef87c38c74f3f0e698db742bb6f9214f145bbf551a537d6d78ef3bc46, en de alinea staat in dat document op bytes 34502 tot 35591.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a3e6fe1ef87c38c74f3f0e698db742bb6f9214f145bbf551a537d6d78ef3bc46 | shasum -a 256