Citaat | Hoge Raad 18 mei 2018

Onder 3.4 Hoge Raad 18 mei 2018

Een alinea uit Hoge Raad 18 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:727.

Volgens vaste rechtspraak kan een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, als het overigens aan de eisen voor toewijzing daarvan voldoet, worden afgewezen op de grond dat van de bevoegdheid tot het bezigen van dit middel misbruik wordt gemaakt (art. 3:13 BW), op de grond dat het verzoek strijdig is met een goede procesorde, en op de grond dat het verzoek afstuit op een ander, door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar; voorts bestaat geen bevoegdheid tot het verzoeken van een voorlopig getuigenverhoor indien de verzoeker bij toewijzing daarvan onvoldoende belang heeft (art. 3:303 BW). (HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3250, NJ 2018/45)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58190d009f633919b435bacb5fdd9b6b2965faa6ba58d2b12af45eceee5a89f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58190d009f633919b435bacb5fdd9b6b2965faa6ba58d2b12af45eceee5a89f2, en de alinea staat in dat document op bytes 16142 tot 16851.