Citaat | Hoge Raad 22 mei 2018

Onder 3.2.2. Hoge Raad 22 mei 2018

Een alinea uit Hoge Raad 22 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:743.

Aangezien niet is gebleken dat de verdachten [verdachte] en [betrokkene 5] aan het begin van de onderzoeksperiode over contanten konden beschikken, ben ik, verbalisant, in de berekening ervan uitgegaan dat de verdachten aan het begin van de onderzoeksperiode (1 januari 2007) geen bedrag contant ter beschikking hadden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3deb20cd9f4fe2ec24c0cc31afbcd02bdf1369cc419c962334c10b9f07b24cfd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3deb20cd9f4fe2ec24c0cc31afbcd02bdf1369cc419c962334c10b9f07b24cfd, en de alinea staat in dat document op bytes 12745 tot 13077.