Citaat | Hoge Raad 25 mei 2018
Onder 3 Hoge Raad 25 mei 2018
Een alinea uit Hoge Raad 25 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:774.
3.3.3 Het beginsel van hoor en wederhoor brengt mee dat de rechter in een civiele procedure slechts mag beslissen aan de hand van stukken tot kennisneming waarvan en uitlating waarover aan partijen voldoende gelegenheid is gegeven (art. 19 Rv). Dit uitgangspunt lijdt echter uitzondering ingeval een partij afstand doet van de in het beginsel van hoor en wederhoor gelegen bescherming. Die afstand kan onder meer besloten liggen in een afspraak als hiervoor in 3.3.2 bedoeld. (vgl. HR 9 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4039, NJ 2007/140, rov. 3.3, en HR 12 mei 1989, ECLI:NL:HR:1989:AC2494, NJ 1989/647, rov. 3.3)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a61b1cd2bd8bc2e951365b319507c8bd0ed4d57c035c1916469d53617e1a02a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a61b1cd2bd8bc2e951365b319507c8bd0ed4d57c035c1916469d53617e1a02a1, en de alinea staat in dat document op bytes 15835 tot 16502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a61b1cd2bd8bc2e951365b319507c8bd0ed4d57c035c1916469d53617e1a02a1 | shasum -a 256