Citaat | Hoge Raad 1 juni 2018
Onder 3.3.1 Hoge Raad 1 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:818.
“6. (…) Het hof zal dit verweer niet beoordelen. De in art. 347 lid 1 Rv besloten liggende tweeconclusieregel brengt mee dat de rechter in beginsel niet behoort te letten op verweren die in een later stadium dan in de memorie van antwoord worden aangevoerd, tenzij zich een van de in rechtspraak erkende uitzonderingen op die regel voordoet (zie recentelijk HR 2 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2906, r.o. 3.5). Het verweer is in strijd met deze in beginsel strakke regel eerst bij pleidooi in hoger beroep aangevoerd. Omstandigheden die rechtvaardigen dat wordt afgeweken van deze regel zijn gesteld noch gebleken. Daar komt bij, dat het eerst in dit stadium van het geding aanvoeren van bedoeld verweer tevens in strijd is met de goede procesorde. De wettelijke regels waarop Rabobank Nederland zich beroept zijn niet van openbare orde, zodat het hof niet ambtshalve (art. 25 Rv) gehouden is deze toe te passen.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e504e5c7b0fba1656ebbb939c27a7b4004c6ef0fce046b0fbe2ff320ad17a99a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e504e5c7b0fba1656ebbb939c27a7b4004c6ef0fce046b0fbe2ff320ad17a99a, en de alinea staat in dat document op bytes 12422 tot 13366.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e504e5c7b0fba1656ebbb939c27a7b4004c6ef0fce046b0fbe2ff320ad17a99a | shasum -a 256