Citaat | Hoge Raad 1 juni 2018
Onder 3.4.5 Hoge Raad 1 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:818.
In afwijking van het in art. 1:23 Wft neergelegde uitgangspunt dat rechtshandelingen die zijn verricht in strijd met de bij of krachtens de Wft gestelde regels, niet uit dien hoofde aantastbaar zijn, bepaalt art. 1:116 lid 3 Wft dat rechtshandelingen die in strijd zijn met (onder meer) art. 1:125 Wft, nietig zijn. In de memorie van toelichting wordt opgemerkt dat hiermee wordt beoogd te voorkomen dat ondernemingen onbeperkt rechtshandelingen kunnen verrichten in strijd met de in art. 1:116 lid 3 Wft genoemde bepalingen en dat daarmee het belang van de naleving van hoofdstuk 1.7 van de Wft wordt onderstreept (Kamerstukken II 2013/14, 33964, nr. 3, p. 30).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e504e5c7b0fba1656ebbb939c27a7b4004c6ef0fce046b0fbe2ff320ad17a99a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e504e5c7b0fba1656ebbb939c27a7b4004c6ef0fce046b0fbe2ff320ad17a99a, en de alinea staat in dat document op bytes 17519 tot 18194.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e504e5c7b0fba1656ebbb939c27a7b4004c6ef0fce046b0fbe2ff320ad17a99a | shasum -a 256