Citaat | Hoge Raad 1 juni 2018
Onder 3.4.6 Hoge Raad 1 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:818.
Uit art. 1:125 leden 2 en 3 Wft volgt dat het tijdstip van uitkering van de vergoeding het bepalende moment is voor de beoordeling van de geldigheid van de overeengekomen vertrekvergoeding. Indien het uitkeren van de vergoeding, gelet op het temporele toepassingsbereik van art. 1:125 lid 2 Wft, in strijd is met die bepaling, is de aan die uitkering ten grondslag liggende rechtshandeling ingevolge art. 1:116 lid 3 Wft nietig, ook als deze rechtshandeling voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 1.7 Wft is verricht. (Vgl. ook Kamerstukken II 2013/14, 33964, nr. 3, p. 9 en p. 30.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e504e5c7b0fba1656ebbb939c27a7b4004c6ef0fce046b0fbe2ff320ad17a99a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e504e5c7b0fba1656ebbb939c27a7b4004c6ef0fce046b0fbe2ff320ad17a99a, en de alinea staat in dat document op bytes 18909 tot 19517.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e504e5c7b0fba1656ebbb939c27a7b4004c6ef0fce046b0fbe2ff320ad17a99a | shasum -a 256