Citaat | Hoge Raad 1 juni 2018
Onder 3.6 Hoge Raad 1 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:818.
Anders dan het middel betoogt, was het hof niet gehouden om art. 1:125 lid 2 Wft in verbinding met art. 1:116 lid 3 Wft (binnen de grenzen van de rechtsstrijd van partijen in appel, maar) buiten het door de grieven ontsloten gebied ambtshalve toe te passen. Hoewel met de bepaling van art. 1:125 lid 2 Wft zwaarwegende belangen worden gediend (zie hiervoor in 3.4.2), is zij niet van openbare orde omdat zij niet strekt ter bescherming van algemene belangen van zo fundamentele aard dat zij (ongeacht het partijdebat of de bijzondere omstandigheden van het geval) altijd door de rechter moet worden toegepast (vgl. HR 28 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7122, NJ 2011/167 (Staalbankiers/Elko)). De omstandigheid dat art. 1:125 lid 2 Wft blijkens art. 1:116 lid 3 Wft van dwingend recht is en nietigheid meebrengt van in strijd daarmee verrichte rechtshandelingen, heeft evenmin tot gevolg dat art. 1:125 lid 2 Wft in verbinding met art. 1:116 lid 3 Wft ambtshalve buiten het door de grieven ontsloten gebied moeten worden toegepast. Nu de regel van art. 1:125 lid 2 Wft ook niet berust op de Vierde Richtlijn kapitaalvereisten (zie hiervoor in 3.4.4) of een andere Unierechtelijke regel, kan reeds daarom evenmin sprake zijn van een Unierechtelijke verplichting tot ambtshalve toepassing daarvan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e504e5c7b0fba1656ebbb939c27a7b4004c6ef0fce046b0fbe2ff320ad17a99a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e504e5c7b0fba1656ebbb939c27a7b4004c6ef0fce046b0fbe2ff320ad17a99a, en de alinea staat in dat document op bytes 22882 tot 24229.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e504e5c7b0fba1656ebbb939c27a7b4004c6ef0fce046b0fbe2ff320ad17a99a | shasum -a 256