Citaat | Hoge Raad 23 januari 2018
Onder 1.4 Hoge Raad 23 januari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 23 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:83.
A: Ik zag dat hij naar de voorzijde van dat huis liep en aanbelde. Ik zag dat hij toen terugliep naar de auto. Toen is hij in de auto gestapt en hebben we een rondje gereden. Toen zijn we alle drie uitgestapt en liepen we een stukje in de richting van dat huis. Ik stelde voor om zelf bij de auto te blijven, zodat we snel weg konden als dat nodig mocht zijn. Ik stond een paar meter bij de auto vandaan. [betrokkene 3] en [verdachte] zijn toen naar dat huis gelopen. Toen hoorde ik een telefoon. Ik heb toen iets geroepen of ik heb getoeterd. Toen kwamen [betrokkene 3] en [verdachte] aangerend. We zijn toen in de auto gestapt en zijn weggereden. Het schiet mij nu wel te binnen dat [betrokkene 3] wel had gezegd dat hij de deur bijna open had."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7cb5e71589968705ec4e898af42060c0436f344425f9d0905d7a22635d21d44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7cb5e71589968705ec4e898af42060c0436f344425f9d0905d7a22635d21d44, en de alinea staat in dat document op bytes 14534 tot 15294.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b7cb5e71589968705ec4e898af42060c0436f344425f9d0905d7a22635d21d44 | shasum -a 256