Citaat | Hoge Raad 5 juni 2018

Onder 3.3.2. Hoge Raad 5 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:831.

De Hoge Raad heeft in de hiervoor genoemde arresten tevens overwogen dat art. 55, eerste lid, en art. 56 Sr in zijn recente rechtspraak zelden aan de orde komen en dat daarbij een belangrijke rol speelt dat hierop betrekking hebbende klachten doorgaans van onvoldoende belang zijn om cassatie te rechtvaardigen omdat - kort gezegd - de opgelegde straf ver onder het strafmaximum ligt dat zou gelden als met de steller van het middel van eendaadse samenloop of voortgezette handeling zou worden uitgegaan. Vanwege het belang dat het thema heeft met name in feitelijke aanleg, heeft de Hoge Raad de onder 3.3.1 samengevat weergegeven opmerkingen gemaakt over de uitleg en de toepassing van voornoemde wetsbepalingen, met de kanttekening dat de zeer beperkte toetsing in cassatie niet zal veranderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9ff9a41bab572623b49d9db7d9df889a72c5dc1c45527b4cf69c274d6c66299. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9ff9a41bab572623b49d9db7d9df889a72c5dc1c45527b4cf69c274d6c66299, en de alinea staat in dat document op bytes 16712 tot 17523.