Citaat | Hoge Raad 5 juni 2018

Onder 3.6. Hoge Raad 5 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:833.

Opmerking verdient nog dat de omstandigheid dat de in art. 51f, eerste lid, Sv bedoelde persoon ('degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit') is overleden, niet eraan in de weg staat dat de rechter de in art. 36f, eerste lid, Sr bedoelde schadevergoedingsmaatregel oplegt "ten behoeve van het slachtoffer". Immers de in het tweede lid van art. 36f Sr bedoelde aansprakelijkheid van de verdachte jegens het slachtoffer gaat door diens overlijden niet teloor (vgl. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL9105, NJ 2011/259, rov. 2.7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05eb2c7b0c5e6ce0395acff5c682582b12f3b943ce71db15379fc2730c5b8f5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05eb2c7b0c5e6ce0395acff5c682582b12f3b943ce71db15379fc2730c5b8f5d, en de alinea staat in dat document op bytes 44030 tot 44597.