Citaat | Hoge Raad 8 juni 2018
Onder 2.3.3. Hoge Raad 8 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:846.
Ook met betrekking tot de heffing van de verhuurderheffing in situaties van mede-eigendom oordeelde het Hof dat de door de wetgever gemaakte keuzes niet van redelijke grond zijn ontbloot. De stelling van belanghebbende dat hij zich niet kan verhalen op zijn mede‑eigenaren voor het deel van de verhuurderheffing dat zijn gerechtigdheid tot de huurwoningen overtreft, maakt dat naar het oordeel van het Hof niet anders, omdat de wetgever ervan is uitgegaan dat de mate waarin medegerechtigden de lasten van de verhuurderheffing dragen, wordt bepaald door de privaatrechtelijke verhouding waarin zij tot elkaar staan. Daarbij heeft het Hof gelet op de onweersproken stelling van de Inspecteur dat medegerechtigden deze lasten in de praktijk ook dienovereenkomstig dragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4d16763710b469a59bf49b69bb8f93ee7309a1bb66ae3a3fd981fe56876a2ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4d16763710b469a59bf49b69bb8f93ee7309a1bb66ae3a3fd981fe56876a2ae, en de alinea staat in dat document op bytes 10096 tot 10880.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4d16763710b469a59bf49b69bb8f93ee7309a1bb66ae3a3fd981fe56876a2ae | shasum -a 256