Citaat | Hoge Raad 8 juni 2018
Onder 2.4.3. Hoge Raad 8 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:846.
In gevallen waarin er ter zake van een huurwoning meer dan één genothebbende is, wordt de huurwoning op grond van artikel 3 Wvh in aanmerking genomen bij degene aan wie de beschikking, bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ), ter zake van die huurwoning op de voet van artikel 24, leden 3 en 4, Wet WOZ is bekendgemaakt. Artikel 24, lid 3, letter a, Wet WOZ bepaalt dat de bekendmaking van de WOZ‑beschikking geschiedt door toezending aan degene die aan het begin van het kalenderjaar het genot heeft van de onroerende zaak. Indien met betrekking tot een zelfde onroerende zaak meer dan één genothebbende kan worden aangewezen, kan bekendmaking op grond van artikel 24, lid 4, Wet WOZ plaatsvinden aan één van hen. Deze bepaling verleent de gemeente vrijheid voor het ontwikkelen van beleid met betrekking tot het bekendmaken van WOZ‑beschikkingen indien sprake is van verschillende genothebbenden van een zelfde onroerende zaak (vgl. Kamerstukken II 1996/97, 25 037, nr. 6, blz. 20).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4d16763710b469a59bf49b69bb8f93ee7309a1bb66ae3a3fd981fe56876a2ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4d16763710b469a59bf49b69bb8f93ee7309a1bb66ae3a3fd981fe56876a2ae, en de alinea staat in dat document op bytes 11923 tot 12970.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4d16763710b469a59bf49b69bb8f93ee7309a1bb66ae3a3fd981fe56876a2ae | shasum -a 256