Citaat | Hoge Raad 8 juni 2018
Onder 3.4.2 Hoge Raad 8 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:857.
Daarnaast dient de appelrechter bij het vaststellen van een billijke vergoeding op de voet van art. 7:683 lid 3 BW ook de overige omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen. Een van die omstandigheden is de (mate van) eventuele verwijtbaarheid van het handelen of nalaten van de werkgever dan wel het ontbreken daarvan. Voorts kunnen ook de (overige) gezichtspunten, genoemd in HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187, NJ 2017/298, 3.4.4 en 3.4.5 (New Hairstyle), bij het vaststellen van een billijke vergoeding op de voet van art. 7:683 lid 3 BW toepassing vinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33a74ecf87c277462908122cbadd2261aeeef4e4ddf87ea2cea83a54ad135ffd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33a74ecf87c277462908122cbadd2261aeeef4e4ddf87ea2cea83a54ad135ffd, en de alinea staat in dat document op bytes 26491 tot 27102.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33a74ecf87c277462908122cbadd2261aeeef4e4ddf87ea2cea83a54ad135ffd | shasum -a 256