Citaat | Hoge Raad 8 juni 2018

Onder 4.4.6 Hoge Raad 8 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:874.

Art. 7:313 lid 3 BW stelt niet met zoveel woorden de eis dat het los land dat bij de ene overeenkomst is verpacht en het gebouw dat (of de gebouwen dan wel gedeelte(n) daarvan die) bij de andere overeenkomst is (zijn) verpacht, een complex vormen als bedoeld in art. 7:313 lid 1 BW. Het hof is echter terecht ervan uitgegaan dat die eis wel moet worden gesteld. Toepasselijkheid van de specifieke bescherming voor hoevepachters is immers alleen gerechtvaardigd indien het samenstel van grond en gebouwen daadwerkelijk als een hoeve moet worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88b2bd35bc5e84e9e2285b7c5b3d4bbd9a29202d5ae64539ec0729d93170862d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88b2bd35bc5e84e9e2285b7c5b3d4bbd9a29202d5ae64539ec0729d93170862d, en de alinea staat in dat document op bytes 23656 tot 24237.