Citaat | Hoge Raad 8 juni 2018
Onder 4.4.7 Hoge Raad 8 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:874.
Onderdeel 1.2 klaagt nog dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd, is voorbijgegaan aan het standpunt van BBL dat doorslaggevend is of in de gegeven omstandigheden, gelet op hetgeen partijen bij het sluiten van de overeenkomsten voor ogen stond, de inhoud en strekking van de overeenkomsten van dien aard is dat deze in hun geheel als (hoeve)pachtovereenkomsten kunnen worden aangemerkt, waarbij het verwijst naar HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73. In dat verband heeft BBL onder meer gewezen op de bedoeling van beide partijen ten aanzien van de looptijd van de overeenkomsten en op de contractuele verplichtingen bij de bruikleenovereenkomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88b2bd35bc5e84e9e2285b7c5b3d4bbd9a29202d5ae64539ec0729d93170862d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88b2bd35bc5e84e9e2285b7c5b3d4bbd9a29202d5ae64539ec0729d93170862d, en de alinea staat in dat document op bytes 25403 tot 26114.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/88b2bd35bc5e84e9e2285b7c5b3d4bbd9a29202d5ae64539ec0729d93170862d | shasum -a 256