Citaat | Hoge Raad 12 juni 2018
Onder 2.2.2. Hoge Raad 12 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:893.
Tijdens mijn verblijf in Polen ontmoette ik een kennis van mij uit Nederland. Hij vertelde mij dat hij mogelijk werk voor mij kon regelen in Nederland. Hij gaf mij een briefje met daarop een adres in Nederland en zei mij dat ik mij op dat adres moest melden. Dat was het adres waar de hennepkwekerij is aangetroffen. Ik ben daarop naar Nederland gereden en heb mij op dat adres gemeld. Er stond iemand bij de deur van het pand die mij meenam naar de hennepkwekerij. Hij vertelde mij wat ik daar moest doen en hij zei dat ik € 500,00 per week zou krijgen voor mijn werkzaamheden. Ik moest de hennepplanten water geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f45e4892948edf0ffa554c3a4f10f9ec306c1660f2f8e772c0bee451066f120. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f45e4892948edf0ffa554c3a4f10f9ec306c1660f2f8e772c0bee451066f120, en de alinea staat in dat document op bytes 10067 tot 10699.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5f45e4892948edf0ffa554c3a4f10f9ec306c1660f2f8e772c0bee451066f120 | shasum -a 256