Citaat | Hoge Raad 12 juni 2018

Onder 2.2.3. Hoge Raad 12 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:893.

"De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat de verdachte van het primair ten laste gelegde wordt vrijgesproken. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte niet als 'medepleger' van het telen van hennepplanten kan worden aangemerkt aangezien de door de verdachte verrichte werkzaamheden - het bewateren van de hennepplanten in de kwekerij - hooguit in verband kunnen worden gebracht met medeplichtigheid. De handelingen van de verdachte ondersteunen, faciliteren immers slechts het gronddelict, het telen van hennepplanten. De verdachte is derhalve hooguit behulpzaam geweest bij het telen van de hennepplanten. Voorts ontbreken, aldus de raadsman, aanwijzingen dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking van de verdachte met de derde of de derden die de hennepkwekerij exploiteerde(n). De raadsman heeft er in dit verband op gewezen dat de verdachte zijn werkzaamheden verrichtte in opdracht van een derde en op diens instructie, dus in ondergeschiktheid. Van een gelijkwaardige positie van de verdachte en zijn opdrachtgever was geen sprake. In dit verband heeft de raadsman er voorts nog op gewezen dat de verdachte een vast weekloon ontving en dat hij geen evenredig deel van de opbrengst van de hennep zou ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f45e4892948edf0ffa554c3a4f10f9ec306c1660f2f8e772c0bee451066f120. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f45e4892948edf0ffa554c3a4f10f9ec306c1660f2f8e772c0bee451066f120, en de alinea staat in dat document op bytes 13404 tot 14647.