Citaat | Hoge Raad 12 juni 2018
Onder 3.4. Hoge Raad 12 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:896.
Voor zover het Hof heeft geoordeeld dat de benadeelde partij in het geding in hoger beroep bevoegd is tot voeging als benadeelde partij ook indien in eerste aanleg de opgave aan de rechter als bedoeld in art. 51g, derde lid, Sv is geschied nadat de officier van justitie overeenkomstig art. 311 Sv het woord heeft gevoerd, getuigt dat oordeel - gelet op het bepaalde in art. 51g, derde lid, in verbinding met art. 421, eerste lid, Sv - van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8bb60e9c8c996e391f54f9cf24ed8efffb1fc789642db93b612b3ef39c06fda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8bb60e9c8c996e391f54f9cf24ed8efffb1fc789642db93b612b3ef39c06fda, en de alinea staat in dat document op bytes 18595 tot 19090.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f8bb60e9c8c996e391f54f9cf24ed8efffb1fc789642db93b612b3ef39c06fda | shasum -a 256