Citaat | Hoge Raad 15 juni 2018

Onder 2.4.2. Hoge Raad 15 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:911.

Voorts heeft belanghebbende voor het Hof gesteld dat de verschuldigde antidumpingrechten niet van haar kunnen worden nagevorderd omdat inmiddels onherroepelijk vaststaat dat de aangever daarvoor schuldenaar is. Belanghebbende miskent met deze stelling dat het in artikel 213 van het CDW neergelegde mechanisme van hoofdelijkheid erin voorziet dat in het geval dat voor een douaneschuld verscheidene schuldenaren kunnen worden aangesproken, de inspecteur of de minister de mogelijkheid heeft een of meer van die schuldenaren voor het geheel aan te spreken en dat de ontvanger van ieder van hen naar keuze betaling kan eisen (vgl. HvJ 18 mei 2017, „Latvijas Dzelzceļš” VAS, C-154/16, ECLI:EU:C:2017:392, punt 83 e.v.). Ook deze stelling van belanghebbende kan daarom geen doel treffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fa22228754949268e5734d497251ec2bc603f2e63e803af8f9f7c75ab27cc2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fa22228754949268e5734d497251ec2bc603f2e63e803af8f9f7c75ab27cc2d, en de alinea staat in dat document op bytes 13725 tot 14529.