Citaat | Hoge Raad 15 juni 2018
Onder 3.4.1 Hoge Raad 15 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:915.
Blijkens de omschrijving in art. 7:850 lid 1 BW van de borgtocht, is deze overeenkomst naar haar aard niet een wederkerige, maar een eenzijdige overeenkomst. Alleen de borg neemt immers een verbintenis op zich, namelijk tot nakoming van de verbintenis die een derde (de hoofdschuldenaar) tegenover de schuldeiser heeft of zal krijgen. Daartegenover neemt de schuldeiser niet “een verbintenis op zich ter verkrijging van de prestatie waartoe de wederpartij zich daartegenover jegens haar verbindt”, zoals art. 6:261 lid 1 BW het voor een wederkerige overeenkomst kenmerkende ruilkarakter omschrijft. Een en ander brengt mee dat de voor wederkerige overeenkomsten bestaande mogelijkheid tot ontbinding op grond van een tekortkoming (art. 6:265 BW), niet geldt – behoudens hetgeen hierna in 3.4.3 wordt overwogen – voor de overeenkomst van borgtocht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d2a96c2bca3c414d5a42de5522904453cbd7371728a5fd95a04020031be8f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d2a96c2bca3c414d5a42de5522904453cbd7371728a5fd95a04020031be8f91, en de alinea staat in dat document op bytes 15855 tot 16737.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d2a96c2bca3c414d5a42de5522904453cbd7371728a5fd95a04020031be8f91 | shasum -a 256