Citaat | Hoge Raad 15 juni 2018
Onder 3.4.4 Hoge Raad 15 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:918.
Blijkens het eerste deel van rov. 3.7 heeft het hof de in art. V van de arbitrageovereenkomst voorziene mogelijkheid dat het arbitrale vonnis op verzoek van (een van) partijen ter herziening kan worden voorgelegd aan andere arbiters, in het licht van het Tsjechische arbitragerecht aldus uitgelegd dat het arbitrale vonnis (hier: de Final Award) zijn rechtskracht kan verliezen door de arbitrale uitspraak (hier: de Resolution) van de met de herziening belaste arbiters, en dat laatstgenoemde uitspraak het sluitstuk is van de tussen partijen in Tsjechië gevoerde arbitrageprocedure. Deze uitleg van de – door partijen zelf in overeenstemming met het Tsjechische arbitragerecht gekozen – inrichting van de arbitrageprocedure is niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdff564c219954c0cd14d5eeb7d80422d41b7d86ab4aaa8abfe3313739fc1eca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdff564c219954c0cd14d5eeb7d80422d41b7d86ab4aaa8abfe3313739fc1eca, en de alinea staat in dat document op bytes 30465 tot 31231.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdff564c219954c0cd14d5eeb7d80422d41b7d86ab4aaa8abfe3313739fc1eca | shasum -a 256