Citaat | Hoge Raad 22 juni 2018
Onder 3.4.2 Hoge Raad 22 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:971.
In zijn tussenarrest van 22 september 2016 heeft het hof overwogen dat het aanleiding ziet om een comparitie van partijen te gelasten, en dat het doel van de comparitie is het inwinnen van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling. Blijkens het dictum van dat arrest zou de comparitie plaatsvinden ten overstaan van een raadsheer-commissaris. In het dictum is onder meer bepaald dat partijen de bescheiden waarop zij bij de comparitie een beroep willen doen, tijdig dienen over te leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49601fca99c432a0d6c7cf55d7694c439971a0d2e18c883cdf2cf9b4b8c42d71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49601fca99c432a0d6c7cf55d7694c439971a0d2e18c883cdf2cf9b4b8c42d71, en de alinea staat in dat document op bytes 9751 tot 10268.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49601fca99c432a0d6c7cf55d7694c439971a0d2e18c883cdf2cf9b4b8c42d71 | shasum -a 256