Citaat | Hoge Raad 22 juni 2018

Onder 3.4.4 Hoge Raad 22 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:971.

In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat de hiervoor in 3.4.3 bedoelde mededeling partijen niet aan partijen is gedaan, nu het tussenarrest en het proces-verbaal van de comparitie hierover niets vermelden. Het onderdeel is derhalve gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49601fca99c432a0d6c7cf55d7694c439971a0d2e18c883cdf2cf9b4b8c42d71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49601fca99c432a0d6c7cf55d7694c439971a0d2e18c883cdf2cf9b4b8c42d71, en de alinea staat in dat document op bytes 11791 tot 12047.