Citaat | Hoge Raad 22 juni 2018

Onder 4.1.1 Hoge Raad 22 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:976.

Onderdeel 2.1 klaagt dat, nu de comparitie in hoger beroep heeft plaatsgevonden ten overstaan van een raadsheer-commissaris en direct daarna het eindarrest is gewezen door drie raadsheren, in strijd is gehandeld met het onmiddellijkheidsbeginsel van art. 134 Rv en art. 6 EVRM, zodat het eindarrest nietig is. Het onderdeel doet daartoe een beroep op de regels uiteengezet in HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, NJ 2015/181, en HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662. FNV heeft geen afstand gedaan van haar fundamentele recht om haar standpunt mondeling uiteen te zetten ten overstaan van de rechters die de beslissing nemen, aldus het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3ce7f0ad0f90c46d7062effb8e12571dec98586d30993ff2a4f95391d80e7db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3ce7f0ad0f90c46d7062effb8e12571dec98586d30993ff2a4f95391d80e7db, en de alinea staat in dat document op bytes 13034 tot 13737.