Citaat | Hoge Raad 22 juni 2018
Onder 4.2.3 Hoge Raad 22 juni 2018
Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:981.
Het hof heeft geoordeeld dat de Hoge Raad (en vervolgens het verwijzingshof), ingeval het cassatieberoep tijdig zou zijn ingesteld, de vraag of voldaan is aan het criterium ‘roekeloos en met de wetenschap dat de schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien’ van art. 951e (oud) WvK, zou hebben beoordeeld aan de hand van de maatstaf van de arresten van de Hoge Raad van 5 januari 2001 (ECLI:NL:HR:2001:AA9308, NJ 2001/391 en ECLI:NL:HR:2001:AA9309, NJ 2001/392). Deze maatstaf houdt in dat van bewust roekeloos handelen in deze zin sprake is wanneer de aansprakelijk gestelde persoon het aan de gedraging verbonden gevaar kent en zich ervan bewust is dat de kans dat het gevaar zich zal verwezenlijken aanzienlijk groter is dan de kans dat dit niet zal gebeuren, maar hij zich door dit een en ander niet van dit gedrag laat weerhouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67fe81221ac667aa139e51091ed4a590f14d6691c6fc3280910267361f15bd88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67fe81221ac667aa139e51091ed4a590f14d6691c6fc3280910267361f15bd88, en de alinea staat in dat document op bytes 31772 tot 32652.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/67fe81221ac667aa139e51091ed4a590f14d6691c6fc3280910267361f15bd88 | shasum -a 256