Citaat | Hoge Raad 22 juni 2018

Onder 4.4.3 Hoge Raad 22 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:981.

Het oordeel van het hof in rov. 3.24-3.26 komt erop neer dat, ook als de kans op kapseizen van de splijtbak zeer groot zou zijn geweest, niet kan worden geoordeeld dat [verweerster] zich daadwerkelijk ervan bewust is geweest dat de kans dat de splijtbak zou kapseizen aanzienlijk groter was dan de kans dat dit niet zou gebeuren, zoals is vereist volgens de hiervoor in 4.2.3 bedoelde maatstaf. Dit oordeel berust op de omstandigheden (a) dat [verweerster] vóór het eerste ongeval in 1993 geen reden had om enig stabiliteitsprobleem te vermoeden, nu de splijtbak na aanschaf en verbouwing was gemeten en goedgekeurd door de Scheepsmetingsdienst, en (b) dat [verweerster] na het ongeval in 1993 – met nat zand – ervan is uitgegaan dat dit ongeval was veroorzaakt door overbelading, hetgeen overeenstemt met de conclusie uit het rapport van expertisebureau Velthuijsen, niet wordt tegengesproken door het onderzoek van de politie en de verklaring van bestuurder [betrokkene 4] en ook indirecte steun vindt in de omstandigheid dat de Scheepvaartinspectie in juni 1994 de bak opnieuw heeft goedgekeurd en een voorlopig certificaat heeft afgegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67fe81221ac667aa139e51091ed4a590f14d6691c6fc3280910267361f15bd88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67fe81221ac667aa139e51091ed4a590f14d6691c6fc3280910267361f15bd88, en de alinea staat in dat document op bytes 35745 tot 36908.