Citaat | Hoge Raad 22 juni 2018

Onder 5.4 Hoge Raad 22 juni 2018

Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:982.

De oproeping op de voet van art. 30g Rv dient te geschieden binnen twee weken na heden. Daarbij dient aan [A] een uiterste datum voor verschijning te worden aangezegd. De Hoge Raad zal deze datum met overeenkomstige toepassing van art. 121 lid 2 Rv in verbinding met art. 30a lid 3, aanhef en onder c, Rv en art. 30g Rv bepalen op vier weken na heden (vgl. HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:649, NJ 2018/214, rov. 3.6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c50fa1bfc530121671739f2295be22d5574777032cb70c7913e19ebe2113bc8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c50fa1bfc530121671739f2295be22d5574777032cb70c7913e19ebe2113bc8b, en de alinea staat in dat document op bytes 14954 tot 15386.